De mosselsector heeft tot 2020 de tijd gekregen om duurzame methoden te
ontwikkelen om mosselzaad te winnen. Dat blijkt uit het Beleidsbesluit
Schelpdiervisserij 2005-2020 dat op 15 oktober in de Tweede Kamer is
besproken. Secretaris van de Producenten Organisatie Mosselen Hans van
Geesbergen meent dat de kweek van mosselzaad een nuttige aanvulling kan
leveren op de vraag naar mosselzaad van circa 65 miljoen kilo per jaar,
maar betwijfelt of die bijdrage genoeg is om de mosselzaadvisserij te
vervangen.
‘Het
invangen van mosselzaad met netten of touwen is niet het ei van
Columbus. We kunnen ons alles voorstellen bij de technieken, maar of
die nieuwe vormen betekenen dat bodemvisserij niet meer nodig is, dat
betwijfelen we. De toekomst zal moeten leren of voldoende mosselzaad
ingevangen kan worden.’ In jaren dat er nauwelijks op mosselzaad gevist
kan worden, zoals dit jaar, kan gekweekt mosselzaad volgens Van
Geesbergen een belangrijke rol spelen.Andere veranderingen zijn dat de
overheid bevissing van mosselzaadbestanden die anders verloren zouden
gaan wil toestaan en bovendien het ontwikkelen van technieken om
mosselbroed in te vangen met netten en touwen wil stimuleren.
Experimenteren
Kees
Groot is al jaren aan het experimenteren met het invangen van
mosselbroed. Daar heeft Groot, die tevens een horecagroothandel heeft,
een apart bedrijf voor opgericht, West 6. Hij heeft enkele jaren
geleden in overleg met Martin Scholten, inmiddels directeur van het
Nederlands Instituut voor Visserijonderzoek RIVO, een proef genomen met
diverse materialen om er achter te komen waarop de mossellarven zich
het beste hechten. ‘Het jaar daarop zijn we met netten gaan
experimenteren, gebruikmakend van de stroming in de Waddenzee waarmee
de larven en het voedsel wordt aangevoerd.’ Het bedrijf heeft voor het
proefproject een ontheffing van het Ministerie van LNV voor een gebied
van 35 hectare. Groot heeft zo’n één miljoen euro geïnvesteerd, waarvan
twee ton voor het bouwen van een speciaal ponton. Hij verwacht in twee
tot drie jaar winst te maken.
Het ruimtebeslag van de kwekerij is
beperkt en de verstoring van de natuur is minimaal, aldus Groot. Alleen
tijdens de oogst is er sprake van enige activiteit op het wad. Groot
werkt met netten die in zee zijn verankerd. ‘We zijn in 2001 begonnen
met een eerste proef van 224 netten van vijftien vierkante meter.
Daaruit bleek dat netten een uitstekende ondergrond zijn voor de
larven, maar dat het verankeren cruciaal is. De netten moeten kunnen
bewegen met de eb- en vloedstroom, zoals de staart van een vlieger in
de wind beweegt, maar mogen elkaar niet raken.’
Oogsten
Het
oogsten gebeurt op het speciaal ontworpen ponton, de Kaatje Mossel,
waarop de netten worden schoongeborsteld. Het mosselzaad wordt
opgevangen in een schip en kan vervolgens worden uitgezet op de
mosselpercelen. Er wordt twee- tot driemaal per seizoen geoogst. ‘In
2001 was de opbrengst elfduizend kilo’, vertelt Groot. ‘We krijgen de
techniek steeds beter onder de knie. We hebben nu al elf netten van 110
meter lang en drie meter diep. De eerste oogst in 2004 leverde al
130.000 kilo op. Ik verwacht dat we een opbrengst van honderd kilo per
vierkante meter per seizoen kunnen bereiken; met deze netten zou dat
neerkomen op 360.000 kilo per jaar.’