'Mosselzaadcrisis komt het hardste aan bij kleine zelfstandige mosselkwekers' - Mosselsector heeft wel degelijk toekomst
door Harmen van der Werf
YERSEKE - Het stof is nog lang niet neergedaald na de, voor de Zeeuwse mosselsector vernietigende uitspraak van de Raad van State eind februari. Niemand weet of er echt een uitweg is uit de crisis rond de mosselzaadvisserij in de Waddenzee, waarmee ook mosselkwekers uit de voeten kunnen.
Landbouwminister Gerda Verburg heeft alle mogelijkheden afgetast en kan ook nog geen uitzicht bieden. Integendeel, Verburg vraagt zich zelfs af of zij een belofte van voorganger Cees Veerman kan nakomen. Hij zegde toe dat de mosselsector tot 2020 de ruimte krijgt om te verduurzamen, om minder afhankelijk te worden van 'wild' mosselzaad uit de Waddenzee. Veerman heeft zich al eerder vergist in het toekomstperspectief voor de mechanische kokkelvisserij die - zijns ondanks - 1 januari 2005 in de Waddenzee is verboden. Hij heeft met zijn toezegging aan de mosselsector opnieuw te veel beloofd.
Toch heeft de Zeeuwse mosselsector, het hele slagveld overziend, wel degelijk toekomst. De bedrijfstak kwam in 2001 met een uitdagende agenda voor verduurzaming waarvan de eerste jaren weinig terecht kwam. Opvallend is dat een buitenstaander, horecagroothandelaar Kees Groot uit Den Helder, al in 2000 was begonnen met het invangen van mosselzaad met in het water drijvende installaties. Het tekort aan 'wild' mosselzaad en de toenemende kritiek op de mosselzaadvisserij in de Waddenzee waren zijn drijfveren, geholpen door zijn uitvindersbloed.
Schelpdierconcern Prins en Dingemanse uit Yerseke volgde als eerste Zeeuws bedrijf dit voorbeeld. Het begon in 2003 te experimenteren met - een mooi woord voor scrabble - mosselzaadinvanginstallaties, afgekort mzi's. Het is sinds die tijd hard gegaan onder aanvoering van minister Veerman. Om te overleven moet de mosselsector innoveren, besefte hij, en hij ondersteunde dat ook.
Veerman bood in 2005 de ruimte voor vijftien proeven met mzi's, waaraan minister Verburg er eind vorig jaar vijf heeft toegevoegd. De voorlopige resultaten zijn hoopgevend, blijkt uit een eerste evaluatie door onderzoeksinstituut Imares. De opbrengsten waren nog klein, respectievelijk ruim een miljoen kilo in 2006 en iets meer dan twee miljoen kilo mosselzaad in 2007. Afgezet tegen de hoeveelheden die de mosselzaadvisserij opleverde in 2006, bijna zestien miljoen kilo, is dat zeer beperkt en veel te weinig om in de vraag aan mosselzaad te voorzien, maar mzi's zijn nog lang niet uit ontwikkeld.
Volgens Imares zijn veel hogere opbrengsten te verwachten. Per honderd hectare is een oogst van vier tot tien miljoen kilo mosselzaad mogelijk, waaruit tien tot vijfentwintig miljoen kilo mosselen op te kweken zijn. Het moet in de praktijk nog blijken of dit haalbaar is en of er voldoende ruimte komt voor mzi's in de Waddenzee en andere wateren. De door Imares berekende hoeveelheden klinken wel heel aantrekkelijk, zo aantrekkelijk dat Prins en Dingemanse en concurrent Roem van Yerseke volop in mzi's investeren. Zij hebben het geld ervoor, mede dankzij de uitkoopsom voor de verboden mechanische kokkelvisserij. Ze moeten ook wel. Supermarktketens als Albert Heijn willen 'duurzame visproducten', dus liever geen mosselen van de traditionele mosselzaadvisserij.
De grote firma's Roem van Yerseke, Prins en Dingemanse en Krijn Verwijs kunnen uitwijken. Roem van Yerseke zit in Duitsland en Denemarken. Krijn Verwijs heeft belangen in Ierland. Voor zelfstandige 'kleine' mosselkwekers komt de mosselzaadcrisis dan ook veel harder aan. Zij kunnen (nog) niet zonder 'wild' mosselzaad. Zet de huidige crisis door, dan slaat onvermijdelijk de schaalvergroting toe. De kapitaalkrachtigste mosselondernemers blijven over.