
|
25 juli 2006 Nederlands mosselzaad duurzame oplossing
De
mosselsector is druk op zoek naar manieren om het tekort aan de
grondstof voor de mosselkweek, het mosselzaad, op te lossen. De ZMF
zoekt de oplossing vooral in de mogelijkheden om mosselzaad in te
vangen. Daarvoor zijn al veelbelovende experimenten gedaan. Het
invangen van mosselzaad is veel duurzamer dan het importeren van
mossels uit landen als Griekenland en Ierland.
Veelbelovend
De mosselsector kan via de huidige kweekmethodes de beoogde productie
niet halen. Alleen door in de Waddenzee meer mosselzaad op te vissen
dan de natuur aankan, zou aan de vraag voldaan kunnen worden. Daarom
wordt er druk gezocht naar andere mossels en mosselzaad.
De toenemend succesvolle experimenten van het bedrijf West 6 B.V.
bijvoorbeeld tonen aan dat er op dat gebied veel mogelijk is. Op hun
website www.west6bv.nl wordt zelfs gemeld dat er in 2004 de
aanzienlijke hoeveelheid van 240.000 kg mosselzaad is geoogst.
Momenteel worden er ook op de Oosterschelde experimenten gedaan om te
zien welke mogelijkheden hier liggen om mosselzaad ‘in te vangen’.
Als er nu geïnvesteerd wordt in Nederlands mosselzaad, is de toekomst voor de mosselsector volgens de ZMF veelbelovend.
Heilloze weg
Er worden ook andere wegen bewandeld om aan de vraag naar mossels te
voldoen. Er worden zelfs mossels uit Griekenland naar hier gebracht.
Het probleem daarbij is dat via de import van schelpdieren uit het
buitenland in het verleden de Japanse oester en de oesterparasiet
Bonamia in de Oosterschelde terecht zijn gekomen. Beide veroorzaken nu
grote problemen.
Alle deskundigen zijn het er over eens dat de natuur wordt bedreigd
doordat planten en dieren over de hele wereld verspreid worden. Ook uit
het onderzoek ‘Risk Analysis of Mussels Transfer’ van IMARES blijkt dat
er gevaren kleven aan de import van schelpdieren. Er is dus alle reden
voor voorzichtigheid. Zeker nu de alternatieven voor het vangen van
mosselzaad onder handbereik zijn.
Vergunningaanvraag
Toch is er onlangs een vergunningaanvraag gedaan om schelpdieren uit de
Ierse wateren in de Oosterschelde te mogen brengen. De aanvragers
gebruiken daarbij het genoemde IMARES-rapport. Dat rapport, dat zich
richtte op de Oosterschelde en de Ierse wateren, concludeert onder
andere dat de gevolgen van import voor de Oosterschelde mogelijk mee
zullen vallen.
Helaas is het onderzoek echter met grote spoed uitgevoerd en zijn de
conclusies voorzien van diverse ‘slagen om de arm’. Het is bijvoorbeeld
onbekend of er de laatste jaren nieuwe exoten in de Ierse wateren
voorkomen die in Zeeland voor problemen kunnen zorgen. Ook zijn
geïmporteerde partijen mossels onderzocht op exoten, maar is alleen
gekeken naar partijen die in de winter zijn gevangen. En ’s winters
zijn er slechts zeer weinig planten en dieren actief, zodat de kans
groot is dat men dingen over het hoofd heeft gezien.
Voordat de vergunning verleend kan worden, moet bekeken worden of de
risico’s van import klein genoeg zijn. Om dat te kunnen beoordelen, zal
het ministerie van LNV de risico analyse nog eens goed tegen het licht
moeten houden. Gezien de problemen die we nu hebben met Japanse
oesters, die op veel plaatsten met hun scherpe schelpen de kust
onveilig maken, is het verstandig om voorzichtig te werk te gaan. Het
terugdraaien van schade door exoten is praktisch ondoenlijk. De
aanwezigheid van de Japanse oester maakt dat nog eens pijnlijk
duidelijk. Het Nederlandse mosselzaad verdient daarom volgens de ZMF
sterk de voorkeur!
Meer leest u hier in onze reactie op de vergunningaanvraag voor de import van schelpdieren uit de Ierse wateren in de Oosterschelde.
Goes, 25 juli 2006.
|
|
|
|
|