Door Kasimir den Hertog
DEN
HELDER - Hij is uitvinder, maar volgens zijn eigen definitie mag
iedereen zichzelf zo noemen. Want uitvinden is creëren. En innovatie?
Dat is niks anders dan een nieuwerwetse term voor uitvinden, zegt Kees
Groot, oprichter van 'uitvindbedrijf' West 6 BV.
,,De
basis voor innovatie is creativiteit'', stelt Groot in zijn kantoor
boven de horecagroothandel in Den Helder die zijn naam draagt. Zijn
creativiteit heeft een aantal opmerkelijke vindingen en nieuwe
producten opgeleverd, maar hij ontkent dat hij creatiever is dan een
ander.
,,Iedereen is creatief. Laat honderd mensen een appel
tekenen en je krijgt honderd verschillende appels.'' De uitvindingen,
de innovaties die Groot de afgelopen jaren deed, zijn van het type had
ik dat maar bedacht': een krat waar dankzij een slimmere indeling 28 in
plaats van 24 frisdrankflesjes inpassen, een bermpaaltje dat zichzelf
door de wind van passerende auto's reinigt, reflecterende strips die
zonlicht op het gras in een overdekt stadion werpen.
Hoe hij
zulke dingen bedenkt? ,,Ik ben niet een soort Willie Wortel. Het is
niet zo dat ik ga zitten denken en dat er dan plotseling een lampje
boven mijn hoofd verschijnt. Ik moet getriggerd worden. Er moet een
aanleiding zijn.'' Hij geeft als voorbeeld de bermpaaltjes. ,,Ik reed
eens in een file op de provinciale weg naar Den Oever. Na een hele tijd
stapvoets rijden passeerde ik een auto met knipperende lichten, daarna
nog eentje, dus ik dacht: er zal wel een ongeluk gebeurd zijn. Maar
voor die auto's bleek een man met een borstel en een emmer sop te
lopen. Hij was een voor een de paaltjes in de berm aan het
schoonmaken.''
Rijkswaterstaat
Uit navraag
bleek dat Rijkswaterstaat jaarlijks een hoop geld kwijt was aan het
reinigen van de paaltjes. En negentig procent van de 100 miljoen gulden
ging op aan de begeleidende auto's die de schoonmaker moesten behoeden
voor langsrazende auto's.
Groot bedacht daarop een systeem met
een veer die opgewonden werd door de rijwind van passerend verkeer. Als
de veer gespannen was, werd hij losgelaten en bracht hij een borsteltje
in beweging dat de reflector op de bermpaal schoonpoetste.
Rijkswaterstaat was enthousiast over het prototype en besloot er
proeven mee te doen. Daarna strandde het idee van Groot. De
zelfreinigende paal werd niet duurzaam genoeg geacht. Hij was te
vatbaar voor de elementen met zijn 81 onderdelen tellende constructie.
Of
dat het einde betekende van het idee? ,,Welnee'', zegt Groot,
,,uitvinden is een proces. Inmiddels heb ik een nieuw ontwerp gemaakt.
Een ontwerp waarin het aantal onderdelen is teruggebracht van 81 naar
twee. De truc zit 'm in het vervangen van de rechthoekige reflector
voor een rond exemplaar.
Ik heb er veel vertrouwen in dat dit
dé oplossing is.' 'Het zou een groot succes betekenen voor zijn
uitvindbedrijf' West 6 BV, dat sinds 1990 bestaat. ,,Moet je nagaan: in
Nederland staan 5 miljoen van die paaltjes. En dan heb je nog de
buitenlandse markt. Hoeveel staan er daar wel niet?''
Flessenkrat
Maar
een goed idee hebben is niet alles. Dat kan Groot uit eigen ervaring
vertellen. Zo bedacht hij een nieuwe flessenkrat. Dankzij de zeshoekige
in plaats van vierhoekige vakken konden er vier flesjes meer in. Een
idee waarmee hij naar Heineken ging.
Toen de vinding van Groot
door de drankenfabrikant in productie werd gebracht, dacht hij dat hij
binnen was. ,,Ik belde ze op en zei: leuk dat jullie mijn idee hebben
gebruikt, wanneer gaan jullie me betalen? Nou ja, niet dus. Ze
ontkenden dat het mijn idee was. Ik heb er een rechtszaak van gemaakt,
maar kreeg nul op het rekest. Er was onvoldoende bewijs dat het mijn
bedenksel was.''
Natuurlijk
is hij daar zuur van geweest. ,,Je begrijpt het niet, je denkt dat je
in goed vertrouwen afspraken hebt gemaakt. Inmiddels zie ik het wel als
een wijze les. Destijds was West 6 een eenmanszaak, daarna heb ik er
een BV van gemaakt. Als bedrijf sta je namelijk een stuk sterker in dit
soort kwesties.''
Bovendien houdt hij zichzelf nu voor: voor
elk goed idee ligt er wel iemand op de loer om het te jatten. Dus zorgt
hij dat hij octrooi aanvraagt op al zijn vindingen. En probeert hij het
contact met zijn samenwerkingspartners zo goed mogelijk te houden. ,,De
laatste jaren ben ik bezig met een installatie die mosselzaad vangt. We
hebben die installatie in de afgelopen jaren steeds verbeterd,
inmiddels vangen we 365 ton mosselzaad in een jaar. Dat kan je
natuurlijk niet alleen. Daar heb je hulp van anderen bij nodig.''
Partners
Hulp
van andere bedrijven, maar bijvoorbeeld ook van kennisinstellingen en
de overheid. Groot heeft veel samengewerkt met TNO en met Syntens, het
innovatienetwerk voor ondernemers. ,,Kennisinstellingen zie ik vooral
als partners die kunnen helpen bij de verwezenlijking van een project.
En Syntens houdt je een spiegel voor. Die kijkt kritisch naar wat ik
doe en zet je als het nodig is met beide benen weer op de grond.''
Wat
bemoeienis van de overheid betreft gaat het in het geval van Groot niet
veel verder dan de samenwerking met Syntens (een initiatief van het
ministerie van economische zaken). ,,Ik weet dat ik allerlei subsidies
kan krijgen, maar dat wil ik niet. Ik vind dat je als ondernemer
vertrouwen moet hebben in je eigen innovatie, in je kindje. En dat je
er zelf voor moet zorgen dat het tot wasdom komt. Waarom moet mijn
medebelastingbetaler mijn uitvindingen bekostigen?''
Zo zal het
ook gaan met de uitvindingen die hij nog op de plank heeft liggen. Het
zijn er wel veertig, zegt Groot, maar hij heeft geen tijd om ermee aan
de slag te gaan. Hij wil een tipje van de sluier van een van de
belangrijkste ideeën oplichten: twee windturbines in de Waddenzee. De
een maakt gebruik van de golfslag, de ander van getijden. Er is
inmiddels octrooi voor aangevraagd. Want innovaties, weet Groot, daar
is niet alleen hij in geïnteresseerd.
Deze serie is een
initiatief van Kennispoort Noord-Holland, een samenwerkingsverband
tussen Hogeschool Inholland, het Noordhollands Dagblad en Syntens.